De schrijfster vertelt over zichzelf

Ik ben opgegroeid in Bergen, Noord-Holland, een dorp omgeven door uitgestrekte weilanden, bossen, duinen en daarachter de zee. Indertijd zat ik op een nonnenschool, waar ik, voor zover ik mij kan herinneren, voornamelijk heiligenplaatjes inkleurde. Hoewel ik vastbesloten was later ook heilig te worden, kon ik af en toe toch de verleiding niet weerstaan om linksaf het bos in te gaan in plaats van rechtsaf naar school. Volg dit voorbeeld niet. Ga niet in de winter als er een dik pak sneeuw ligt met je slee naar de duinen in plaats van naar school. Ga ook niet in het voorjaar samen met je broer onder schooltijd 25 kilometer fietsen naar een meer waar je roeiboten kan huren. Dat loopt slecht af. 

Ik moest op mijn vijftiende naar kostschool. Niet omdat ik lastig was en ook niet mijn ouders zo streng waren, maar omdat ze hoopten mij alsnog bij te brengen dat Parijs niet de hoofdstad van Engeland was en dat Mussolini en niet Multatuli indertijd de leider van Italië was. Als zij gehoopt hadden mij alsnog liefde voor de schoolbanken bij te brengen, heeft dat niet gewerkt. Na de middelbare school vertrok ik naar het buitenland, waar ik niet alleen aardrijkskunde en geschiedenis in de praktijk leerde, maar ook vreemde talen: Frans, Duits, Engels, Italiaans, Indonesisch. Om in mijn onderhoud te voorzien, leerde ik Franse kinderen Engels, Italiaanse kinderen Frans, Engelse kinderen Duits. Mijn vader, die vond dat ik nu toch echt een vak moest gaan leren, stelde ik gerust door te zeggen dat ik getuigschriften verzamelde. Helaas, hij wilde diploma’s zien. 

Na vijf jaar zwerven kwam ik thuis. Zoals ik eerst getuigschriften verzamelde, zo verzamelde ik nu diploma’s. Ik had er al een voor zwemmen. Er kwam een diploma voor handenarbeid A en B bij, een creatieve therapie opleiding, speltherapie, een toneelopleiding, sociale academie, videocursus, ik kon er gewoon niet meer mee stoppen. Nog niet zo lang geleden volgde ik nog een opleiding tot docent schrijven. Ik had al een flink aantal kinderboeken geschreven, maar nu kon ik leren hoe ik daar ook les in kon geven. 

Wat ik met al die diploma’s gedaan heb? 

Ik heb handenarbeid gegeven aan bejaarden, timmerles en beeldhouwen aan moeilijk opvoedbare kinderen. videofilms gemaakt met alcoholverslaafden, cursussen sterke verhalen vertellen gegeven aan gevangenen, rollenspel op de sociale academie, toneelspel op scholen, schrijfcursussen in centra voor kunst en cultuur. Veel van die ervaringen zijn in mijn boeken verwerkt. Lees ze er maar op na. 

Inmiddels ben ik 77. Een grootmoeder met kleinkinderen. Maar ik kan me het kind dat ik was nog levendig herinneren. Natuurlijk ben ik in al die jaren wel ouder en wijzer geworden. Zo heb ik bijvoorbeeld in mijn leven geleerd, dat onzekerheid als eigenschap zwaar wordt onderschat. Ik zie onzekerheid als een soort metaaldetector waarmee je goud kunt opsporen. Er zou vaker naar het voordeel van de twijfel gekeken moeten worden. Want als je zoekt vind je meer dan als je zonder te kijken verder loopt. 

Mijn boeken krijgen altijd het etiket: ‘vlot geschreven.’ Een wonder, want niets is minder waar. De eerste versie van mijn boek is altijd een ramp. Een personage die in het begin van het verhaal een rol speelt, is mijn boek uit gewandeld en nooit meer teruggekomen. Er zijn hele hoofdstukken waarin mijn hoofdpersoon niet zichzelf is, niet lekker in haar vel zit. Ze zwijgt of ze praat als een volwassene. Een gebeurtenis die ik later in het verhaal heb opgeschreven, moet eerder worden aangekondigd. Er hangen losse draadjes die nog aan elkaar geknoopt moeten worden. Dit stuk moet naar voren, hier moet nog iets tussen, dat stukje kan weg en daar moet iets naar achteren worden geschoven. Hoe krijg ik weer greep op dit boek? 

Ik voel me alsof ik in de chaos van een verhuizing ben beland en verdwaasd met een pen rondloop zonder te weten waar ik die moet opbergen. Ik kan maar het beste dat hele manuscript deleten. Inmiddels weet ik dat ik dat niet moet doen. Dat ik de chaos de chaos moet laten en lekker moet gaan slapen. Soms droom ik zelfs de oplossing van het probleem. En iedere keer ben ik weer blij als er in een recensie staat dat het boek ‘zo vlot geschreven’ is.